Besparen op energieverbruik
De frisdrankensector is medio 2009 toegetreden tot MJA3 (Meerjarenafspraken Energie Efficiency 3). De Meerjarenafspraken zijn vrijwillige, maar zeker niet vrijblijvende convenanten tussen overheid en het bedrijfsleven om zuiniger om te gaan met energie.

Kern van het MJA-convenant is dat sectoren elk jaar gemiddeld 2% efficiënter worden. Om de gemaakte afspraken te kunnen nakomen, moet de hoeveelheid benodigde energie per eenheid van een product omlaag. Hierbij wordt gekeken naar processen binnen, maar ook buiten het bedrijf (in de zogenoemde bedrijfsketen).

Inspanningen van deelnemende bedrijven
Deze aanpak vraagt behoorlijk wat inspanningen van de deelnemende bedrijven. Zo moeten de bedrijven om te beginnen energie efficiencyplannen opstellen (EEP’s). In deze EEP’s geven bedrijven aan welke maatregelen zij in een periode van vier jaar gaan nemen. De bedrijven worden hierbij ondersteund door de RVO (Rijksdienst voor ondernemend Nederland). Elk jaar worden de prestaties van de deelnemende sectoren gepubliceerd in de een resultatenbrochure.

In de eerste plaats treffen bedrijven rendabele maatregelen. Rendabele maatregelen zijn zeker, tenzij sprake is van technische, economische of organisatorische belemmering om deze uit te voeren. In dat geval is de maatregel voorwaardelijk. Een onzekere maatregel is een maatregel waarvoor nog onderzoek nodig is alvorens kan worden besloten tot uitvoering.  

Continue aandacht
Voor de deelnemende frisdrankbedrijven vraagt deelname aan deze Meerjarenafspraak continue aandacht voor het effectiever en efficiënter inzetten van energie. Bijvoorbeeld door het zoeken naar mogelijkheden voor een laag waterverbruik, een meer efficiënte inzet van verlichting en het gebruik van groene stroom.

Uitdagingen energiebesparing
Een aantal ontwikkelingen werkt de verbetering van de energie-efficiëntie tegen. Zo vraagt de markt in toenemende mate om kleinere verpakkingen. Door het grotere aantal vullingen is ook de energiebehoefte per liter groter. Daarnaast moet door een andere manier van voorraadbeheersing (bijvoorbeeld door dagelijkse levering aan distributiecentra van supermarkten) weer vaker van product gewisseld worden op de afvullijnen. Dit leidt tot grotere stilstandverliezen en tot verlies van proces- en energie-efficiëntie. Niettemin wil de industrie toch proberen om de goede prestaties van afgelopen jaren door te zetten.